
Na het leggen van een kabel of leiding wordt de sleuf weer dichtgemaakt. Wat overblijft is sleufherstel in asfalt: een strook nieuw asfalt in de oude weg. Op een straatbeeld zie je meteen dát het er ligt. Maar voor een werkorder wil je ook weten hoe groot het is: hoe lang, hoe breed, hoeveel vierkante meter. Kan dat uit één foto? Dat hebben we uitgezocht.
Van één foto naar een 3D-straat
In maart schreven we over diepte zonder LiDAR: AI-modellen die uit een gewone foto afleiden hoe ver elk stukje beeld van de camera ligt. Zo’n dieptekaart maakt van een plat beeld een 3D-straat, en in een 3D-straat kun je meten. In de video zie je die stappen achter elkaar.
Drie dieptemodellen op sleufherstel in asfalt
Er verschijnen steeds meer van zulke dieptemodellen. Wij zetten er drie naast elkaar: MoGe-3, Depth Anything 3 en GTR. We namen 103 plekken met sleufherstel in asfalt uit onze straatbeelden. Elk model kreeg dezelfde beelden, dezelfde uitsnede en dezelfde meetcode. Alleen het dieptemodel verschilde.

Op het eerste gezicht lijken de dieptekaarten op elkaar. Het verschil zit in de schaal en in hoe schuin elk model het wegdek legt. En juist dat bepaalt of een maat klopt.
Toetsen zonder meetlint
Een meetlint lag er niet naast. Daarom toetsten we aan twee dingen die we wel zeker weten. De camera staat op de motorkap, op zo’n 1,10 meter boven de weg. En de lijnen op de weg lopen naar één verdwijnpunt. Dat punt ligt op de horizon, los van welk model dan ook.
Eerste toets: hoe hoog hangt de camera?
Uit de dieptekaart kun je terugrekenen hoe hoog de camera boven het wegdek hangt. Zonder ijking zat elk model ernaast. MoGe-3 kwam uit op 1,37 meter, Depth Anything 3 op 1,63 meter en GTR op 2,73 meter, steeds de mediaan over 98 beelden.

De les is eenvoudig: ijk altijd op de bekende camerahoogte. Dan klopt de schaal per beeld.
Tweede toets: waar ligt tien meter?
Ook na het ijken kan een model het wegdek een paar graden te schuin leggen. Dat zie je aan de horizon: ligt die niet op het verdwijnpunt, dan klopt de hoek niet. De mediane hoekfout was 1,0 graad voor MoGe-3, 1,2 graden voor GTR en 2,9 graden voor Depth Anything 3. Dat klinkt weinig, maar op tien meter maakt Depth Anything 3 de afstand daardoor zo’n 32 procent te kort. Bij MoGe-3 en GTR is dat 14 en 16 procent.

Van bovenaf wordt het verschil goed zichtbaar. Hieronder staat dezelfde straat op schaal, zoals elk model het wegdek ziet.

Snel of nauwkeurig
Nauwkeurigheid is niet het enige. Een model moet ook de duizenden beelden van een rit aankunnen. GTR is het snelst. Depth Anything 3 doet er drie keer zo lang over, MoGe-3 36 keer.

Op beide toetsen scoorde MoGe-3 het best, maar het kost de meeste rekentijd. GTR is ruim 35 keer sneller, maar zijn schaal schommelt het meest van beeld tot beeld. Sneller of nieuwer is dus niet vanzelf beter.
Wat we ermee doen
Drie lessen nemen we mee. IJken op de camerahoogte is altijd nodig. Een kleine hoekfout wordt op afstand een grote maatfout, dus meet het liefst dichtbij. En de keuze voor een model is een afweging tussen snelheid en nauwkeurigheid.
De volgende stap is meten met een meetlint ernaast, zodat we de maten ook tegen de werkelijkheid kunnen leggen. Tot die tijd blijft een afmeting uit beeld een inschatting, en beslist de beheerder wat ermee gebeurt.
Meekijken?
Beheer je wegen en wil je zien hoe dit werkt op je eigen straatbeelden? Plan een demo en we laten het je zien.
AI kijkt, jij beslist.
